Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die de vordering tot verlenging van zijn gevangenhouding behandelde. Dit verzoek werd gedaan naar aanleiding van onvrede over de ordemaatregelen tijdens het verhoor in raadkamer op 16 december 2014.
De rechter heeft de vordering tot verlenging van de gevangenhouding afgewezen wegens gebrek aan ernstige bezwaren. De wrakingskamer heeft het dossier bestudeerd en de partijen uitgenodigd voor de zitting op 8 januari 2015, waarbij verzoeker en de rechter niet aanwezig waren, maar hun advocaten wel.
De rechter en het Openbaar Ministerie hebben het wrakingsverzoek bestreden en aangevoerd dat er geen sprake is van een grond voor wraking. De rechtbank overweegt dat wraking alleen mogelijk is tegen een rechter die nog bemoeienis heeft met de zaak. Nu de rechter de verlenging van de gevangenhouding heeft afgewezen en geen verdere rol meer speelt in de strafzaak, is het wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank wijst het wrakingsverzoek af zonder inhoudelijke behandeling van de aangevoerde gronden, omdat het doel van wraking niet meer kan worden bereikt.