De voorzitter van de strafkamer heeft daarop per e-mailbericht van 18 november 2015 te 13.49 uur - voor zover hier van belang - de raadsman van verzoekers het volgende bericht:
“Afgelopen vrijdag heeft verdachte [naam verzoeker] de onder hem in beslag genomen administratie terug ontvangen van het OM.
Ter zitting van gisteren heeft mr. Van der Werf naar aanleiding daarvan een aanhoudingsverzoek gedaan opdat de verdediging de gelegenheid heeft in de administratie naar ontlastende documenten te zoeken en eventueel nog getuigen te horen. Dit verzoek zag op zowel het gevoerde ontvankelijkheidsverweer als op de zaaksdossiers ZD 1 tot en met 9.
Gehoord het OM, dat zich tegen aanhouding verzette, heeft de rechtbank het verzoek langs de lat van het noodzakelijkheidscriterium gelegd. Het verzoek is toegewezen t.a.v. ZD 1 en voor het overige afgewezen (ook t.a.v. het ontvankelijkheidsverweer). Die beslissing is gebaseerd op hetgeen het dossier (inmiddels) bevat en het ter terechtzitting verhandelde (waaronder hetgeen verdachten hebben verklaard).
De behandeling van ZD 1 zal op een nog te bepalen datum in de eerste week van januari 2016 worden voortgezet.
Dan zal worden bezien of de zaak t.a.v. ZD 1 dan alsnog kan worden afgedaan of dat nog nader onderzoek dient plaats te vinden (in welk laatste geval afsplitsing zou kunnen plaatsvinden). In de overige zaken zal a.s. donderdag (19 november 2015, opm rb.) worden aangevangen met het requisitoir (inclusief strafeisen, ook ten aanzien van de verdachten [naam verzoeker] en [naam andere verdachte]) en volgende week gepleit worden.
(…)
Twee scenario’s zijn denkbaar:
- in januari wordt besloten dat ZD 1 niet wordt afgesplitst. Dat betekent dat ZD 1 dan alsnog tezamen met alle andere zaken wordt afgedaan. Het OM krijgt dan de gelegenheid om met een aanvullend requisitoir en een aangepaste strafeis te komen, waarna de verdediging daarop kan reageren;
- indien ZD 1 wèl wordt afgesplitst, komt de rechtbank eerst met vonnissen m.b.t. de andere zaken (inclusief het ontvankelijkheidsverweer (…).
Later zal ZD 1 dan worden afgehandeld en komt de rechtbank in die zaak met vonnissen. (…)
Ten aanzien van de aangekondigde uitbreiding van het ontvankelijkheidsverweer geldt dat dit bij wege van pleidooi kan gebeuren.”