ECLI:NL:RBROT:2015:9917
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Onvoorwaardelijke beëindiging van PIJ-maatregel na positieve begeleiding en zelfstandigheid veroordeelde
Bij vonnis van 16 februari 2012 legde de rechtbank Rotterdam aan de veroordeelde een PIJ-maatregel op wegens meerdere delicten waaronder gekwalificeerde diefstallen en openlijke geweldpleging. Deze maatregel werd op 21 oktober 2014 verlengd met acht maanden. Op 22 juni 2015 diende het Openbaar Ministerie een vordering in tot tenuitvoerlegging na voorwaardelijke beëindiging van de maatregel.
Tijdens de raadkamerzitting van 2 juli 2015 wijzigde de officier van justitie zijn vordering mondeling tot onvoorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel. De veroordeelde en zijn raadsvrouw stemden hiermee in. De rechtbank oordeelde dat de begeleiding door Reclassering Nederland en JeugdPlusJeugd adequaat was en dat de veroordeelde zelfstandig woont en een opleiding gaat starten.
Op grond van artikel 77tb, derde lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, werd de voorwaardelijke beëindiging omgezet in een onvoorwaardelijke beëindiging. De rechtbank achtte het noodzakelijk dat de begeleiding voortgezet wordt via aangepaste bijzondere voorwaarden van de voorwaardelijke jeugddetentie. De vordering tot onvoorwaardelijke beëindiging werd toegewezen en de beslissing werd op 16 juli 2015 uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot onvoorwaardelijke beëindiging van de PIJ-maatregel toe.