ECLI:NL:RBROT:2015:9920
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel wegens matig recidiverisico en positieve behandeling
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 mei 2015 de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de PIJ-maatregel opgelegd aan de veroordeelde, die sinds maart 2013 in een Justitiële Jeugdinrichting verbleef wegens ernstige delicten. De maatregel was bedoeld om de veroordeelde te beschermen en zijn ontwikkeling te bevorderen.
Tijdens de zitting werden diverse deskundigen gehoord, waaronder gedragswetenschappers en een reclasseringswerker. Het advies was om de maatregel te verlengen met zes maanden om het Scholings en Trainingsprogramma (STP) te kunnen afronden en de risico’s bij vertrek uit de inrichting te monitoren. De officier van justitie en de verdediging pleitten echter voor afwijzing van de verlenging, stellende dat het laatste behandeltraject ook onder voorwaardelijke beëindiging kon plaatsvinden.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zijn behandeling overwegend positief had doorlopen en dat het recidiverisico matig was. Gezien de belangen van de veiligheid en de verdere ontwikkeling van de veroordeelde was verlenging niet noodzakelijk. De PIJ-maatregel zou derhalve op 9 juni 2015 voorwaardelijk eindigen, waarbij bijzondere voorwaarden werden opgelegd om de veiligheid te waarborgen.
Tegen deze beslissing staat hoger beroep open bij het Gerechtshof te Arnhem binnen veertien dagen na dagtekening of betekening.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af wegens matig recidiverisico en positieve behandelvoortgang.