ECLI:NL:RBROT:2015:9922
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging PIJ-maatregel na positieve behandeling en verminderd recidiverisico
De rechtbank Rotterdam behandelde op 19 mei 2015 de vordering van het openbaar ministerie tot verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) opgelegd aan de veroordeelde. Deze maatregel was eerder opgelegd wegens medeplegen van doodslag en andere ernstige feiten. De rechtbank had de maatregel in 2014 al met negen maanden verlengd.
De vordering tot verlenging met drie maanden werd onderbouwd met adviezen van de inrichting en de reclassering, waarin werd gesteld dat de veroordeelde een positieve ontwikkeling doormaakt, het recidiverisico is afgenomen en dat een gecontroleerde overgang naar zelfstandig wonen noodzakelijk is. Tijdens de zitting wijzigde de gedragswetenschapper haar advies en concludeerde tot afwijzing van de verlenging, mede omdat de reclassering begeleiding kan bieden tijdens een voorwaardelijke beëindiging.
De officier van justitie en de verdediging pleitten eveneens voor afwijzing. De rechtbank overwoog dat de behandeling positief is doorlopen, het recidiverisico verder zal afnemen en dat verlenging niet noodzakelijk is voor de veiligheid of de ontwikkeling van de veroordeelde. De PIJ-maatregel zal derhalve niet worden verlengd, maar eindigt voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden voor een jaar.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af en bepaalt dat deze per 9 juni 2015 voorwaardelijk eindigt met bijzondere voorwaarden.