Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
beschikking van de kantonrechter, zittinghoudende te Dordrecht,
Securelink Nederland B.V.,
[verweerder],
Verloop van de procedure
Omschrijving van het geschil
Beoordeling van het geschil
een andere dan de hiervoor genoemde omstandigheden die zodanig zijn dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.De h-grond geldt als een vangnetbepaling voor omstandigheden die niet vallen onder de andere ontslaggronden maar wel van dien aard zijn dat van de werkgever niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. In de memorie van toelichting bij de WWZ worden detentie, illegaliteit van de werknemer en het niet hebben van een tewerkstellingsvergunning genoemd als voorbeelden. Securelink heeft aangevoerd dat sprake is van verschil van inzicht over het te voeren beleid binnen Securelink tussen haar en [verweerder] en voorts dat sprake is van een verstoorde arbeidsrelatie. Dit betreft echter gronden die juist wel onder de andere ontslaggronden van artikel 7:669 lid 3 vallen Pro. Nu Securelink geen andere omstandigheden heeft gesteld, kan het verzoek op de primair verzochte h-grond niet worden toegewezen.
‘een verstoorde arbeidsverhouding, zodanig dat van de werkgever in redelijkheid niet kan worden gevergd de arbeidsovereenkomst te laten voortduren.Volgens de wetsgeschiedenis is voornoemde g-grond pas vervuld als sprake is van een
ernstigen
duurzaamverstoorde arbeidsverhouding die van dien aard is, dat van de werkgever in redelijkheid niet langer te vergen is dat hij het dienstverband continueert. In de memorie van toelichting is hierover opgemerkt dat beide criteria tot uitdrukking komen in de formulering ‘zodanig dat van de werkgever redelijkerwijs niet gevergd kan worden de arbeidsovereenkomst te laten voortduren. De criteria gelden ‘in beginsel’ allebei. Ter toelichting wordt daarbij opgemerkt dat ‘ook bij een minder duurzaam verstoorde arbeidsverhouding de arbeidsovereenkomst opgezegd moet kunnen worden als de ernst daarvan zodanig is dat voortzetting van de arbeidsovereenkomst in redelijkheid niet van de werkgever kan worden gevergd (Tweede Kamer, vergaderjaar 2013-2014, 33818, nr. 3, p. 46).’
‘de match tussen Securelink en jou kwalitatief dermate onvoldoende, dat wij geen vertrouwen hebben dat deze zich in de komende maanden zal gaan ontwikkelen en op het door ons gewenste peil kan komen.’(zie onder 1.2). Niet gebleken is dat Securelink [verweerder] een reële kans heeft geboden om het functioneren te verbeteren dan wel dat zij inspanningen heeft verricht om de relatie te herstellen. Het had op de weg van Securelink gelegen om met [verweerder] in gesprek te gaan om te trachten het functioneren te verbeteren dan wel de relatie te herstellen. Zeker op managementniveau moet het mogelijk zijn over en weer kritiek te leveren zonder dat direct wordt ingezet op beëindiging van de arbeidsovereenkomst, zoals door Securelink is gedaan. Die kans kan ook niet meer geboden worden omdat de arbeidsverhouding dusdanig beschadigd is dat sprake is van een verstoorde arbeidsverhouding. Als om die reden tot beëindiging zou worden overgegaan, neemt de werkgever het risico een billijke vergoeding te moeten betalen wegens ontslag dat het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten, een risico dat hij zal incalculeren. Dat risico verwezenlijkt zich voor Securelink, nu haar handelswijze, door [verweerder] geen reële kans (meer) te bieden om het functioneren te verbeteren, kan worden gekwalificeerd als ernstig verwijtbaar handelen en nalaten van Securelink.