ECLI:NL:RBROT:2016:10154

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
9 november 2016
Publicatiedatum
11 januari 2017
Zaaknummer
513732 / HA RK 16-975
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 513 lid 1 SvArt. 513 lid 2 SvArt. 9.1 Wrakingsprotocol
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Rotterdam buiten behandeling gesteld wegens niet-ontvankelijkheid

Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechters M. Fiege, J. van den Bos en L.C. van Walree van de rechtbank Rotterdam, die de strafzaak tegen hem behandelen. Dit verzoek is gebaseerd op vermeende vooringenomenheid. Eerder had een wrakingskamer het verzoek van verzoeker afgewezen. Tevens waren er wrakingsverzoeken van een medeverdachte.

De rechtbank heeft vastgesteld dat wraking slechts mogelijk is tegen rechters die daadwerkelijk een zaak van de verzoeker behandelen. Aangezien de betrokken rechters tot op heden geen zaak van verzoeker hebben behandeld, is het wrakingsverzoek kennelijk niet-ontvankelijk. Ook het feit dat de rechters deel uitmaakten van een wrakingskamer die een wrakingsverzoek van een medeverdachte behandelde, doet hieraan niet af.

Het verzoek om de wraking door een andere rechtbank te laten behandelen is afgewezen. Op grond van artikel 512 Sv Pro en het Wrakingsprotocol van de rechtbank is het wrakingsverzoek zonder inhoudelijke behandeling ter zitting buiten behandeling gesteld. De beslissing is genomen door de meervoudige wrakingskamer en uitgesproken op 9 november 2016.

Uitkomst: Wrakingsverzoek tegen rechters wordt buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid.

Uitspraak

Rechtbank Rotterdam

Meervoudige kamer voor wrakingszaken
Zaaknummer / rekestnummer: 513732 / HA RK 16-975
Beslissing van 9 november 2016
op het verzoek van
[naam verzoeker],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans gedetineerd in P.I. [naam PI],
verzoeker,
advocaat mr. R. Zilver te Utrecht,
strekkende tot wraking van:
mr. M. Fiege,
mr. J. van den Bosen
mr. L.C. van Walree, rechters in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).

1.Het procesverloop en de processtukken

1.1.
De wrakingskamer in deze rechtbank (hierna: de eerste wrakingskamer) heeft in de tegen verzoeker aanhangig gemaakte strafzaak op 20 oktober 2016 een beschikking gegeven ten aanzien van het door verzoeker ingediende verzoek tot wraking van de rechters van de meervoudige strafkamer, die de strafzaak tegen verzoeker behandelen, waarbij het verzoek van verzoeker werd afgewezen.
Die strafzaak draagt als parketnummers 10/750107-14 en 10/750078-15.
Bij beschikking van gelijke datum heeft de eerste kamer tevens afgewezen het verzoek van mede-verdachte [naam mede-verdachte] tot wraking van de rechters van bedoelde meervoudige strafkamer.
1.2.
Bij brief van 21 oktober 2016 heeft mr. J.B. Boone, raadsman van medeverdachte [naam mede-verdachte], de wraking van de rechters van de eerste wrakingskamer verzocht.
1.3.
Bij beschikking van 24 oktober 2017 heeft de wrakingskamer in deze rechtbank, van welke kamer de rechters deel uitmaakten (hierna: de tweede wrakingskamer), een beschikking gegeven ten aanzien van het onder 1.2. omschreven wrakingsverzoek, waarbij het verzoek wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling is gesteld.
1.4.
Bij brief van 25 oktober 2016 heeft mr. J.B. Boone namens zijn cliënt [naam mede-verdachte] wraking van de rechters verzocht. Tevens is verzocht de wraking te laten behandelen door rechters van een andere rechtbank.
1.5.
Ter terechtzitting van 24 oktober 2016, alwaar de behandeling van de strafzaak tegen verzoeker door de meervoudige strafkamer werd voortgezet, heeft mr. Hoevers – als waarnemer van de raadsman van verzoeker – meegedeeld dat verzoeker zich aansluit bij de hiervoor onder 1.2. en 1.4. omschreven wrakingsverzoeken.
1.6.
Per e-mail van 4 november 2016 heeft de advocaat van verzoeker bevestigd dat verzoeker zich aansluit bij de onder 1.2. en 1.4. omschreven wrakingsverzoeken.
1.7.
Het verzoek de wraking te laten behandelen door rechters van een andere rechtbank is afgewezen.
1.8.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van de dossiers van de hiervoor omschreven wrakingsprocedures, waarin zich onder meer bevinden de beslissingen van de eerste wrakingskamer van 20 oktober 2016 en van de tweede wrakingskamer van 24 oktober 2016.
1.9.
Op het hiervoor onder 1.2. omschreven en door verzoeker overgenomen wrakingsverzoek wordt bij afzonderlijk geminuteerde beschikking beslist.

2.De ontvankelijkheid van het verzoek

2.1.
Wraking is een middel ter verzekering van de onpartijdigheid van de rechter. Op grond van hetgeen is bepaald in artikel 512 Sv Pro kan de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt. Het middel is derhalve toegekend aan een partij die wenst te voorkomen dat een rechter die jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans aan een partij die dienaangaande bestaande vrees heeft die objectief gerechtvaardigd is, (nog langer) bemoeienis met de zaak zal hebben. Dat doel kan niet meer worden bereikt als de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan omdat de behandeling van de zaak daarmee is geëindigd. Het bepaalde in artikel 513 lid 1 en Pro 2 Sv doet daar niet aan af.
2.2.
De rechters hebben tot op heden geen zaak van verzoeker behandeld. Dat de rechters deel hebben uitgemaakt van een wrakingskamer, die heeft beslist op een wrakingsverzoek van een medeverdachte, doet aan het voorafgaande niet af.
2.3.
Verzoeker is om deze reden kennelijk niet-ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking van de rechters. Het verzoek zal op die grond, met toepassing van het bepaalde in artikel 9.1, laatste volzin, van het Wrakingsprotocol van deze rechtbank en zonder voorafgaande behandeling van het verzoek ter zitting, buiten behandeling worden gesteld.

3.De beslissing

De rechtbank:
- stelt het verzoek tot wraking van mr. M. Fiege, mr. J. van den Bos en mr. L.C. van Walree wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid buiten behandeling.
Deze beslissing is gegeven door mr. A.P. Hameete, voorzitter, mr. O.E.M. Leinarts en
mr. J.H. de Wildt, rechters en door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 november 2016 in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.