Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
de gehele rechtbank Rotterdam
mr. M.V. van Baaren, rechter in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiek, team bestuur 1 (hierna: de rechter).
Rechtbank Rotterdam
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de gehele rechtbank Rotterdam en primair tegen mr. M.V. van Baaren, rechter in een bestuursrechtelijke procedure tegen het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. Het verzoek is gebaseerd op de stelling dat het nalaten van aanhouding van de zaak tot veertien dagen na ontvangst van door haar opgevraagde stukken een aanwijzing voor objectieve partijdigheid vormt.
De rechtbank oordeelt dat het wrakingsverzoek tegen de gehele rechtbank en niet-betrokken rechters niet voldoet aan de eisen van artikel 8:15 Awb Pro en daarom niet-ontvankelijk is. Het subsidiaire verzoek tot wraking van de behandelend rechter wordt afgewezen omdat geen zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid zijn gegeven. Het niet aanhouden van de zaak wordt niet als onbegrijpelijk of als aanwijzing voor partijdigheid gezien.
De wrakingskamer constateert dat dit het tweede wrakingsverzoek van verzoekster is met dezelfde grondslag. Door herhaald wrakingsverzoeken in te dienen, maakt verzoekster misbruik van het wrakingsmiddel. Daarom wordt bepaald dat een volgend wrakingsverzoek in deze procedure niet meer in behandeling wordt genomen.
De beslissing is genomen door de wrakingskamer bestaande uit voorzitter A.J.P. van Essen en rechters P.C. Santema en L.E.M. Wilbers-Taselaar en uitgesproken op 29 september 2016.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en subsidiair afgewezen; een volgend wrakingsverzoek wordt niet meer in behandeling genomen wegens misbruik.