ECLI:NL:RBROT:2016:10184
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechters rechtbank Rotterdam in bestuursrechtelijke beroepsprocedures
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen drie rechters van de rechtbank Rotterdam die betrokken waren bij meerdere bestuursrechtelijke beroepsprocedures tegen het college van burgemeester en wethouders van een gemeente. Verzoeker stelde dat de rechters, met name mr. Schoneveld, vooringenomen waren omdat zij zichzelf de zaken had toegewezen, de meervoudige kamer had samengesteld en eerder een verzetprocedure van verzoeker had behandeld.
De wrakingskamer oordeelde dat het wrakingsverzoek tijdig was ingediend en dat het beginsel van rechterlijke onpartijdigheid geldt, tenzij er uitzonderlijke omstandigheden zijn die wijzen op vooringenomenheid. De enkele omstandigheid dat een rechter meerdere zaken van dezelfde partij behandelt en eerder een zaak in het ongelijk heeft gesteld, vormt geen zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid.
Verzoekers stelling dat vragen voorafgaand aan de zitting niet beantwoord werden en dat dit een ongelijke behandeling en vooringenomenheid zou betekenen, werd verworpen omdat rechters niet verplicht zijn vooraf vragen te beantwoorden. Ook werd geoordeeld dat wraking niet kan worden gebruikt om eerdere onwelgevallige beslissingen inhoudelijk te toetsen, tenzij deze onbegrijpelijk zijn en alleen door vooringenomenheid verklaard kunnen worden.
De wrakingskamer concludeerde dat de aangevoerde gronden onvoldoende waren om het vermoeden van onpartijdigheid te doorbreken en wees het wrakingsverzoek af. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer, waarbij de voorzitter wegens ontstentenis werd vervangen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de drie rechters is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.