Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de brief van 13 juli 2016 waarbij de comparitie van partijen is bepaald
- het proces-verbaal van comparitie van 28 september 2016
- een B16 formulier van de man met producties ingekomen ter griffie op 11 oktober 2016.
2.De feiten
(…)
Indien door partijen een door hen gezamenlijk te bewonen woning (…) in mede-eigendom wordt verkregen, zal de partij die uit eigen middelen meer dan zijn aandeel van de koopsom en de kosten heeft betaald voor het meerdere een vordering hebben op de andere partij. Deze vordering is opeisbaar bij vervreemding van de woning en bij beëindiging van deze overeenkomst. De vordering zal geen rente dragen.
Bij beëindiging door opzegging (…) zullen de aan partijen in mede-eigendom toebehorende zaken en (…) vermogensrechten toegedeeld worden aan de oorspronkelijke eigenaar (…), terwijl de overige aan partijen in mede-eigendom toebehorende zaken en vermogensrechten zo spoedig mogelijk gelijkelijk tussen partijen worden verdeeld.
3.Het geschil
in conventie
4.De beoordeling
5.De beslissing
, met al het zijne en de zijnen, te ontruimen en ontruimd te houden en, onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van de vrouw te stellen,