ECLI:NL:RBROT:2016:10245
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Faillissementsverklaring vennootschap onder firma wegens opeisbare vorderingen
De rechtbank Rotterdam heeft op verzoek van een besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid het faillissement uitgesproken van een vennootschap onder firma. De vordering van verzoekster bedroeg €101.095,63, onderbouwd met facturen voor schadeherstel aan voertuigen gebruikt door de vennoten van de verweerster.
Verweerster betwistte de vordering deels op grond van vermeende onterechte facturen en een opschorting van betalingen door haar verzekeraar wegens vermoedens van fraude. De rechtbank oordeelde dat het verweer onvoldoende was onderbouwd en stelde vast dat de vordering voldoende was aangetoond met door vennoten ondertekende facturen.
Daarnaast bleek dat verweerster ook andere vorderingen onbetaald liet, waaronder een belastingvordering van circa €700.000 waarvoor derdenbeslag was gelegd. De rechtbank achtte het centrum van voornaamste belangen van verweerster in Nederland gelegen en verklaarde het faillissement, benoemde een curator en rechter-commissaris en gaf de curator bevoegdheden tot onder meer het openen van post.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vennootschap onder firma failliet wegens opeisbare vorderingen en betalingsonmacht.