Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.De procedure
- verzoeker;
- [beschermingsbewindvoerder] , werkzaam bij Myrtax Bewindvoering (hierna: beschermingsbewindvoerder);
- mevrouw [naam 2] , werkzaam bij de stichting Stichting Buurt M/V.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Verzoeker heeft bij de rechtbank Rotterdam een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om verhuurder Vestia te bevelen in te stemmen met een door hem aangeboden schuldregeling. Deze regeling voorziet in betaling van 19,5% van de totale schuldenlast van €8.815,57, waarvan Vestia een vordering heeft van €3.893,58 (44,17%).
Vestia weigerde in te stemmen met het akkoord, stellende dat het bedrag te laag is en verzoeker niet het maximale aanbiedt, mede gezien mogelijke inkomensverbetering. Vestia verwees ook naar een eerdere minnelijke regeling in 2013 en achtte het onredelijk opnieuw finale kwijting te verlenen.
De rechtbank oordeelde dat acht van de negen schuldeisers akkoord zijn met het voorstel, dat deskundig is getoetst en goed gedocumenteerd. Verzoeker is volledig arbeidsongeschikt verklaard tot maart 2017 en staat onder beschermingsbewind, waardoor nieuwe schulden onwaarschijnlijk zijn. De belangen van verzoeker en de overige schuldeisers wegen zwaarder dan die van Vestia. Het verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen, het subsidiaire verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling afgewezen en Vestia wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Verzoek tot dwangakkoord wordt toegewezen en Vestia wordt bevolen in te stemmen met de schuldregeling.