ECLI:NL:RBROT:2016:10332
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek toelating schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
Verzoeker diende op 9 augustus 2016 een verzoekschrift in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling. Tijdens de zitting op 21 november 2016 heeft verzoeker zijn situatie toegelicht. Hij ontvangt inkomsten uit arbeid en heeft een schuldenlast van € 26.454,69.
De rechtbank toetst of verzoeker te goeder trouw is geweest bij het ontstaan en onbetaald laten van zijn schulden in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Uit het dossier blijkt dat verzoeker verkeersboetes heeft bij het CJIB, ontstaan in 2013-2014, welke niet te goeder trouw zijn ontstaan. Daarnaast is gebleken dat verzoeker in 2013 een onderneming is gestart zonder zelf een ondernemingsplan te schrijven en zonder boekhouding bij te houden. Verzoeker heeft verklaard dat de onderneming in 2014 niet van de grond kwam en dat hij daardoor schulden heeft opgebouwd.
De rechtbank concludeert dat verzoeker, na een eerder faillissement, lichtzinnig een nieuwe onderneming is gestart zonder adequate administratie. Dit leidt tot de conclusie dat de schulden niet te goeder trouw zijn ontstaan of onbetaald gelaten. Er zijn geen feiten of omstandigheden die toelating tot de schuldsaneringsregeling rechtvaardigen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw.