Uitspraak
[naam veroordeelde] (hierna: de veroordeelde),
gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Krimpen aan den IJssel,
Rechtbank Rotterdam
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld door een Oostenrijkse rechter tot een gevangenisstraf van 4 jaar en 9 maanden voor medeplegen van invoer en handel in MDMA en cocaïne. Deze straf is in Nederland overgenomen en de veroordeelde kwam in aanmerking voor voorwaardelijke invrijheidstelling per 16 november 2015.
Het Openbaar Ministerie diende op 3 september 2015 een vordering in om de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege te laten, omdat de veroordeelde zich ernstig had misdragen. Hij verscheen herhaaldelijk niet op afspraken met reclasseringsmedewerkers en was telefonisch onbereikbaar. Op 26 augustus 2015 verscheen hij niet op een oproep van de penitentiaire inrichting en werd hij in het opsporingsregister geplaatst.
De rechtbank oordeelde dat de veroordeelde zich onttrokken had aan de verdere tenuitvoerlegging van het vonnis en tijdens deze onttrekking opnieuw soortgelijke Opiumwetfeiten in Oostenrijk had gepleegd. Hierdoor werd het vertrouwen van de Oostenrijkse autoriteiten geschonden en was het niet verantwoord om de voorwaardelijke invrijheidstelling toe te kennen.
De rechtbank wees de vordering van het Openbaar Ministerie toe en liet de voorwaardelijke invrijheidstelling achterwege. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam op 16 februari 2016.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering toe en laat de voorwaardelijke invrijheidstelling van de veroordeelde achterwege wegens ernstige misdragingen en nieuwe Opiumwetfeiten tijdens onttrekking.