Verzoekster heeft een verzoek ingediend op grond van artikel 287a Faillissementswet om drie schuldeisers te dwingen in te stemmen met een schuldregeling waarbij 5% van de vorderingen wordt betaald. Deze schuldeisers, vertegenwoordigd door GGN Mastering Credit, weigeren in te stemmen vanwege gebrek aan vertrouwen in verzoeksters financiële openheid en het vermoeden van het achterhouden van geld.
De rechtbank stelt vast dat de vorderingen van deze schuldeisers de enige schulden zijn en dat de verhouding tussen partijen ernstig verstoord is, mede doordat de vorderingen zijn ontstaan door onrechtmatige beschikking over een erfenis. Verzoekster heeft uitvoering gegeven aan eerdere vonnissen en verklaringen afgelegd, maar verweerders blijven wantrouwend.
De rechtbank overweegt dat het belang van de schuldeisers bij volledige voldoening van hun vorderingen zwaarder weegt dan het belang van verzoekster bij het dwangakkoord. Tevens kan verzoekster via de wettelijke schuldsanering (WSNP) een schuldenvrije toekomst realiseren met strikte controle. Daarom wordt het verzoek tot gedwongen schuldregeling afgewezen.