Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
bij vervroeging)
1.[eiser1] ,
[eiser2],
[gedaagde2],
1.De procedure
- de exploten van dagvaarding d.d. 9 februari 2016, met producties 1 tot en met 17
- de mondelinge behandeling op 17 februari 2016
- de pleitnota van [eisers]
- de conclusie van antwoord/pleitnotities van [gedaagden] , met producties 1 tot en met 6.
2.De feiten
Artikel 5
- [gedaagde2] , voorzitter (gedaagde sub 2)
- [persoon1] , vicevoorzitter
- [persoon2] (ook geschreven als: [persoon2] , penningmeester (sinds 15 maart 2015), (daarvoor was tot 3 februari 2015 penningmeester: [persoon3]
- [persoon4] secretaris (sinds 1 oktober 2014), (daarvoor was tot 1 oktober 2014 secretaris: [persoon5]
- [persoon6] , algemeen bestuurslid.
3.Het geschil
4.De beoordeling
opzeggingbetreft en niet tot
ontzegging,zoals van de zijde van [eisers] in verschillende producties is verwoord.
816,00