Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
uitspraak van de meervoudige kamer van 18 maart 2016 in de zaak tussen
gemachtigde: R. Wiekeraad.
Rechtbank Rotterdam
De zaak betreft een geschil over een mandaatbesluit van 3 april 2013 waarbij bevoegdheden werden gemandateerd aan medewerkers van het team Juridische Zaken. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit bezwaar werd door verweerder niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaarperiode.
Eiser voerde aan dat de bezwaarschriftencommissie onrechtmatig had gehandeld omdat deze niet volgens de vereiste samenstelling van een voorzitter en twee leden was samengesteld. De rechtbank oordeelde dat het advies van de commissie in strijd was met de Verordening behandeling bezwaarschriften Albrandswaard, omdat slechts een voorzitter betrokken was bij het advies.
Verder stelde de rechtbank vast dat het mandaatbesluit van 3 april 2013 niet bekend was gemaakt zoals vereist, waardoor het besluit niet in werking was getreden en geen extern rechtsgevolg had. Hierdoor kon eiser geen bezwaar maken tegen het besluit. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Verweerder moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit wordt vernietigd, met in standhouding van de rechtsgevolgen en vergoeding van griffierecht.