ECLI:NL:RBROT:2016:2003
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Belediging Joden bij voetbalwedstrijd met roepen van antisemitische leus
Op 15 maart 2016 behandelde de rechtbank Rotterdam vier zaken waarin verdachten werden beschuldigd van het roepen van antisemitische leuzen tijdens voetbalwedstrijden. De kerntekst was 'Hamas, Hamas joden aan het gas', met aanvullende beledigende teksten bij twee verdachten.
Voor twee verdachten kon niet buiten redelijke twijfel worden vastgesteld dat zij de teksten hadden geroepen, mede door ontkennende verklaringen en ondersteunende getuigenverklaringen, waardoor zij werden vrijgesproken. Voor de andere twee verdachten achtte de rechtbank het politieproces-verbaal en hun eigen verklaringen betrouwbaar en bewezen dat zij de leus hadden geroepen.
De rechtbank oordeelde dat het roepen van deze leus een opzettelijke belediging van Joden vormt, ook al was de context een voetbalwedstrijd en de uitingen gericht tegen voetbalsupporters. De verwijzing naar 'het gas' maakt de uiting bijzonder kwetsend gezien de geschiedenis van de Holocaust. Opzet werd aangenomen als voorwaardelijk opzet: de verdachten moesten hebben beseft dat de uitlatingen beledigend waren en accepteerden dit.
De rechtbank sprak de verdachten vrij van het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, omdat de aard van de uitingen daarvoor onvoldoende was. De veroordeelden kregen een geheel voorwaardelijke geldboete van 250 euro met een proeftijd van één jaar en de verplichting deel te nemen aan een gedragsinterventie. De strafbeschikkingen voor de vrijgesproken verdachten werden vernietigd.
Uitkomst: Twee verdachten veroordeeld voor opzettelijke belediging van Joden met een voorwaardelijke geldboete, twee anderen vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs.