ECLI:NL:RBROT:2016:297
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing proceskostenvergoeding na intrekking boete Tabakswet
Eiseres kreeg een boete van €600 opgelegd wegens overtreding van artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Dit primaire besluit is later ingetrokken omdat de overtreding niet door eiseres was begaan. Eiseres stelde bezwaar in tegen het intrekkingsbesluit en verzocht om vergoeding van de kosten in bezwaar. De minister wees dit verzoek af, waarna eiseres beroep instelde.
De rechtbank stelt vast dat de boete is komen te vervallen, waardoor eiseres geen belang meer heeft bij het beroep voor zover het de boete betreft. De kern van het geschil is de afwijzing van de proceskostenvergoeding. Volgens artikel 7:15, tweede lid, Awb komen kosten die zijn gemaakt vanwege een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid in beginsel voor vergoeding in aanmerking, maar alleen als het gaat om kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Eiseres overlegt een factuur van een persoon die onderdeel is van het moederbedrijf en zelf bestuurder en aandeelhouder is, waardoor de kosten niet als van een derde kunnen worden aangemerkt. Ook de stelling dat een extern adviesbureau betrokken was, is niet onderbouwd. Daarom is de afwijzing van de proceskostenvergoeding terecht. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de proceskostenvergoeding wordt afgewezen.