Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Dordrecht,
de naamloze vennootschap Mahuko N.V.,
[gedaagde],
[gedaagde],
1.de naamloze vennootschapMahuko N.V.,
Hoist Portfolio Holding Ltd.,
Rechtbank Rotterdam
Gedaagde sloot in 1998 een doorlopend krediet af bij MNF Bank. Na opeenvolgende cessies kwam de vordering bij Hoist terecht. Mahuko, rechtsopvolgster van MNF Bank, vorderde betaling van een openstaand saldo, waarop gedaagde in verzet kwam tegen een verstekvonnis.
De kantonrechter oordeelde dat de cessie rechtsgeldig was en Mahuko niet-ontvankelijk in haar vordering. Er was geen sprake van verjaring omdat de dagvaarding tijdig was ingesteld. De kredietvergoeding en rente waren conform de overeenkomst en wettelijk toegestaan.
Gedaagde voerde verweer op basis van verjaring, onduidelijkheid over het openstaande bedrag en rechtsverwerking wegens lange incassoperiode. De rechter verwierp deze verweren, mede omdat gedaagde lange tijd onbekend was ingeschreven in het GBA en Hoist geen onzorgvuldigheid kon worden verweten.
Uiteindelijk werd gedaagde veroordeeld tot betaling aan Hoist van €2.776,16 plus wettelijke rente vanaf januari 2006, met proceskostenveroordeling. Het verstekvonnis werd vernietigd en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €2.776,16 plus wettelijke rente aan Hoist na vernietiging verstekvonnis en niet-ontvankelijkheid Mahuko.