Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 23 maart 2016;
- het proces-verbaal van comparitie van 19 april 2016.
Rechtbank Rotterdam
Vis Detachering introduceerde een kandidaat bij Dolmans voor een mogelijke detacheringsovereenkomst, waarbij zij algemene voorwaarden met een boetebeding meestuurde. Dolmans nam de kandidaat echter rechtstreeks in dienst zonder een detacheringsovereenkomst te sluiten.
Vis vorderde een boete en schadevergoeding op grond van het boetebeding in de algemene voorwaarden. De rechtbank oordeelde dat door de introductie van de kandidaat en toezending van de algemene voorwaarden geen bindende overeenkomst tot stand is gekomen, omdat partijen geen overeenstemming bereikten over de detacheringsovereenkomst.
Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het boetebeding in strijd is met het belemmeringsverbod van artikel 9a WAADI, dat het opwerpen van belemmeringen voor het in dienst nemen van arbeidskrachten verbiedt. Vis kon ook geen onrechtmatige daad aantonen en haar subsidiaire vordering op grond van een redelijke vergoeding voor werkzaamheden faalde omdat geen opdracht tot werving en selectie was gegeven.
De rechtbank wees alle vorderingen van Vis af en veroordeelde haar in de proceskosten van Dolmans. Dit vonnis werd gewezen door mr. W.J. van den Bergh en op 4 mei 2016 uitgesproken.
Uitkomst: De vorderingen van Vis Detachering worden afgewezen en Vis wordt veroordeeld in de proceskosten van Dolmans.