Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding van 19 januari 2016, met producties;
- de conclusie van antwoord van 9 maart 2016.
Rechtbank Rotterdam
Eiseres startte een civiele procedure en diende het griffierecht te voldoen binnen vier weken na de eerste roldatum. De griffierechten werden echter pas na deze termijn ontvangen, waardoor de rechtbank gedaagde ontsloeg van de instantie. Eiseres voerde aan dat de betaling wel tijdig was gedaan via een derde die niet goed Nederlands sprak, wat tot een fout leidde.
De rechtbank oordeelde dat eiseres, ondanks haar verblijf in het buitenland, verantwoordelijk is voor tijdige betaling, zeker omdat zij werd bijgestaan door een advocaat. De advocaat had toezicht moeten houden op de betaling. Er waren geen omstandigheden die een onbillijkheid van overwegende aard rechtvaardigden om van ontslag van de instantie af te zien.
De rechtbank wees het beroep op de hardheidsclausule af, ontsloeg gedaagde van de instantie en veroordeelde eiseres in de proceskosten, waaronder griffierecht en salaris advocaat.
Uitkomst: De rechtbank ontslaat gedaagde van de instantie wegens te late betaling van het griffierecht en wijst het beroep op de hardheidsclausule af.