ECLI:NL:RBROT:2016:4107
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen weigering invoer vlees met been wegens onveiligheid
Verzoekers hebben bezwaar gemaakt tegen het besluit van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) om een partij vlees met been uit de Verenigde Staten voor invoer in de EU te weigeren en te bestemmen voor destructie. De officiële dierenarts van verweerder had bij materiële controle diverse organoleptische afwijkingen vastgesteld, waaronder afwijkende geur, kleur en niet-intacte vacuümverpakkingen, die duiden op bederf.
Verzoekers vroegen om een voorlopige voorziening en een nadere steekproef, splitsing van de partij en een contra-expertise. De voorzieningenrechter oordeelt dat de partij terecht als onveilig is aangemerkt op grond van artikel 14 van Pro Verordening (EG) nr. 178/2002 en derhalve niet geschikt is voor menselijke consumptie. De gevraagde subsplitsing is niet mogelijk omdat deze niet op basis van organoleptische kenmerken kan worden uitgevoerd.
Verzoekers stelden dat het vlees ondanks verkleuringen en kapotte vacuümverpakkingen nog bruikbaar zou zijn, maar zij onderbouwden dit niet met deskundigenrapporten. De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aanwezig, maar verwacht dat het bezwaar gegrond zal worden afgewezen. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van invoer van vlees met been wordt afgewezen.