Op 12 april 2016 werd opposant in staat van faillissement verklaard. Tegen dit vonnis werd tijdig verzet ingesteld. De rechtbank oordeelt dat opposant rechtsgeldig is opgeroepen voor de zitting van 12 april 2016, ondanks zijn stelling van niet-ontvangen oproeping.
De curator rapporteerde dat twee crediteuren, ING-bank en SNS-bank, zich hadden gemeld. De debetstand van ING-bank is inmiddels voldaan en voor de vordering van SNS-bank en faillissementskosten is een voorziening getroffen. Daarnaast is er een hypothecaire schuld aan ING-bank zonder betalingsachterstand. De vermeende steunvordering van de gemeente Rotterdam is onvoldoende onderbouwd en wordt buiten beschouwing gelaten.
De rechtbank stelt vast dat er pluraliteit van schuldeisers bestaat, maar dat opposant aan zijn betalingsverplichtingen voldoet en niet in staat van faillissement verkeert. Daarom vernietigt de rechtbank het vonnis van 12 april 2016 en wijst het verzoek tot faillietverklaring af. De kosten van de procedure en het salaris van de curator worden aan opposant opgelegd.