Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser],
[eiseres],
1.[gedaagde 1],
[gedaagde 2],
4.Aanvullende rekenresultaten
-42% -32% -34% -22% -13% -20% -34% -30% -38%
Rechtbank Rotterdam
Eisers klaagden over de hoge coniferenhagen van gedaagden die binnen twee meter van de erfgrens stonden en een aanzienlijke schaduw en bezonningsverlies veroorzaakten op hun perceel. Diverse bezonningsonderzoeken toonden een afname van zonlicht tot wel 69% aan, met name in de winter- en voorjaarsmaanden.
Gedaagden voerden aan dat de hagen noodzakelijk zijn voor privacy en dat er geen sprake is van onrechtmatige hinder. Na plaatsopneming en beoordeling van de rapporten concludeerde de rechtbank dat de hinder meer dan gering is en onrechtmatig, mede gezien het disproportionele visuele effect in de smalle tuin van eisers.
De rechtbank wees de primaire vordering tot verwijdering van de hagen af, omdat snoeien tot 3 meter vergelijkbare bezonningsverbetering oplevert als volledige verwijdering. De subsidiaire vordering werd toegewezen: gedaagden moeten de hagen snoeien en op maximaal 4 meter hoogte houden. Proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld de hagen te snoeien en te onderhouden op maximaal 4 meter hoogte wegens onrechtmatige hinder.