ECLI:NL:RBROT:2016:4644
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete voor werkgever wegens overtreding rookverbod in horeca-inrichting
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport legde aan eiser, exploitant van een horeca-inrichting, een boete van €1.200 op wegens herhaalde overtreding van het rookverbod zoals vastgelegd in artikel 10, eerste lid, aanhef en onder e, van de Tabakswet. De overtreding betrof het toestaan van roken in het voor publiek toegankelijke deel van de inrichting terwijl een werkneemster werkzaamheden verrichtte.
De rechtbank beoordeelde het geschil aan de hand van de op het moment van de overtreding geldende wetgeving, namelijk artikel 11a, eerste lid, van de Tabakswet. Uit het proces-verbaal bleek dat een inspecteur van de NVWA op 19 december 2014 een man met een brandende sigaret aan de bar zag staan terwijl een werkneemster drankjes inschonk en deze niet aansprak op het roken.
Eiser voerde aan dat het roken een incident was dat hij niet kon voorkomen en dat er geen asbakken aanwezig waren, maar de rechtbank achtte dit onvoldoende. De werkneemster had de man kunnen aanspreken maar deed dit niet, waardoor eiser als werkgever verantwoordelijk werd gehouden. De boete werd als redelijk en rechtmatig beoordeeld en het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de boete wegens overtreding van het rookverbod wordt ongegrond verklaard.