ECLI:NL:RBROT:2016:5028
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- M.G.L. de Vette
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen beperking houdbaarheid kant-en-klare levensmiddelen wegens Listeria monocytogenes
Verzoekster, producent van kant-en-klare visserijproducten, werd door de minister van Volksgezondheid verboden haar producten in de handel te brengen met een houdbaarheid langer dan vijf dagen vanwege ontoereikende microbiologische studies en de aanwezigheid van Listeria monocytogenes in monsters. NVWA stelde dat verzoekster niet voldeed aan de eisen van Verordening (EG) 2073/2005 en Warenwetbesluit Hygiëne, onder meer omdat challenge testen niet voldeden aan de vereiste bewaartemperatuur van 12 ºC en er grote spreiding was in microbiologische resultaten.
Verzoekster voerde aan dat de eis van NVWA te streng was, dat de houdbaarheidstermijn arbitrair was en dat de producten conform de verpakking bij lagere temperaturen werden bewaard. Zij stelde dat challenge testen uit andere EU-landen aantonen dat langere houdbaarheid verantwoord is en dat controle af fabriek voldoende is. De rechtbank oordeelde dat NVWA bevoegd was tot het besluit en dat verzoekster onvoldoende had aangetoond dat haar producten veilig waren bij langere houdbaarheid, mede vanwege het ontbreken van challenge testen bij 12 ºC en onvoldoende procesbeheersing.
De rechtbank verwierp het betoog dat eerst een waarschuwing had moeten worden gegeven, omdat al een schriftelijke waarschuwing was verstrekt. Ook was de beperking van vijf dagen niet willekeurig of disproportioneel. De rechtbank concludeerde dat de minister terecht het verzoek tot verlenging van de houdbaarheidstermijn had afgewezen en wees de voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen beperking houdbaarheidstermijn visserijproducten wegens Listeria monocytogenes wordt afgewezen.