ECLI:NL:RBROT:2016:5496
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussentijdse beëindiging van schuldsaneringsregeling wegens nieuwe schuld kinderopvangtoeslag
De rechtbank Rotterdam behandelde een verzoek tot tussentijdse beëindiging van de schuldsaneringsregeling van schuldenares, naar aanleiding van een voordracht van de rechter-commissaris. Deze voordracht berustte op het ontstaan van nieuwe bovenmatige schulden bij de Belastingdienst inzake onterecht ontvangen kinderopvangtoeslag over 2012 en 2013, met een totaalbedrag van € 27.937,- en een opgelegde boete van € 10.446,-.
Tijdens de zitting verklaarde schuldenares dat zij altijd open kaart heeft gespeeld over de vorderingen en dat deze tijdens de toelatingszitting waren besproken. De beschermingsbewindvoerder bevestigde dat de vorderingen bekend waren en besproken tijdens de toelating. De rechtbank oordeelde echter dat de boete en de schuld die in 2016 ontstonden, wel degelijk nieuwe bovenmatige schulden vormen die aanleiding zijn tot tussentijdse beëindiging van de regeling.
De rechtbank stelde vast dat de totale schuldenlast door de nieuwe schuld is verhoogd en dat schuldenares verwijtbaar tekort is geschoten in de nakoming van haar verplichtingen onder de regeling. De schuldsaneringsregeling werd dan ook beëindigd op grond van artikel 350 lid 3 sub d van Pro de Faillissementswet. Tevens werd het salaris van de bewindvoerder vastgesteld en werd bepaald dat er geen baten zijn om schuldeisers te voldoen, zodat geen faillissement van rechtswege zal intreden.
Uitkomst: De rechtbank beëindigt de schuldsaneringsregeling wegens het ontstaan van een nieuwe bovenmatige schuld en opgelegde boete.