Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 20 april 2016
- het proces-verbaal van de op 10 juni 2016 gehouden comparitie van partijen.
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin eiser vorderde dat het perceel van gedaagde werd belast met een erfdienstbaarheid van overpad ten gunste van zijn perceel, gebaseerd op bevrijdende verjaring van twintig jaar onafgebroken bezit.
Eiser was sinds 1992 eigenaar van zijn woning en perceel, terwijl gedaagde in 1998 eigenaar werd van het aangrenzende perceel met een uitrit. Eiser stelde dat hij sinds 1992 dagelijks gebruik maakte van de uitrit en dat dit gebruik bestendig en onafgebroken was, wat een erfdienstbaarheid zou hebben doen ontstaan.
De rechtbank oordeelde dat vanaf eind 2009 geen bestendig gebruik meer was, omdat eiser niet meer in de woning woonde en gedaagde de uitrit blokkeerde. Hierdoor was de verjaringstermijn van twintig jaar voortijdig afgebroken. Daarnaast was niet voldaan aan het vereiste bezit van een erfdienstbaarheid, omdat het gebruik van de uitrit in goed overleg en met toestemming van gedaagde plaatsvond, zonder dat gedaagde duidelijk was dat eiser zich als gerechtigde beschouwde.
De vordering werd daarom afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten van gedaagde.
Uitkomst: De vordering tot verklaring van erfdienstbaarheid overpad wordt afgewezen wegens ontbreken van onafgebroken bezit en bestendig gebruik.