De rechtbank Rotterdam heeft de verdachte veroordeeld voor het kraken van een bedrijfspand gelegen aan de Bunschotenweg 125 te Rotterdam. De verdachte verbleef daar wederrechtelijk in de periode van 9 tot en met 27 augustus 2014. De rechtbank oordeelde dat het binnentreden door de politie rechtmatig was, aangezien toestemming was gegeven door aanwezigen in het pand. Tevens werd geoordeeld dat er geen sprake was van onrechtmatige stelselmatige observatie, omdat de observaties beperkt waren en geen technische hulpmiddelen werden ingezet.
De aanhouding van de verdachte werd als rechtmatig beschouwd, omdat het ging om een voortdurende heterdaadsituatie. Ook de ontruiming van het pand werd gerechtvaardigd vanwege een gevaarlijke situatie veroorzaakt door vernielingen aan de elektrische installaties. De verdediging voerde aan dat sprake was van dubbele vervolging vanwege een eerder opgelegde gedragsaanwijzing met locatieverbod, maar de rechtbank verwierp dit en stelde dat de gedragsaanwijzing een ordemaatregel is en geen straf.
De verdachte bekende het ten laste gelegde feit en werd veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één week met een proeftijd van twee jaar. De straf is gebaseerd op de ernst van het feit, de omstandigheden en de persoonlijke situatie van de verdachte. De rechtbank stelde vast dat het bewezen feit strafbaar is en dat de verdachte strafbaar is.