De zaak betreft een kort geding waarin eiser zich verzet tegen de strafrechtelijke ontruiming van een woning die hij kraakt. De woning is eigendom van de gemeente Barendrecht en werd beheerd door FMT-NL B.V., die de bruikleenovereenkomst met de oorspronkelijke gebruiker heeft opgezegd. Eiser verblijft sinds eind 2015 zonder recht of titel in de woning.
De gemeente deed aangifte van kraken en waarschuwde de bewoners voor de slechte staat van de woning, waaronder asbest en onveilige nutsvoorzieningen. Het Openbaar Ministerie kondigde een strafrechtelijke ontruiming aan op grond van artikel 138a Sr en artikel 551a Sv. Eiser vorderde een verbod op ontruiming en bescherming van zijn huisrecht.
De rechtbank oordeelt dat eiser wederrechtelijk in de woning verblijft en dat de Staat bevoegd is tot ontruiming. De belangenafweging, zoals voorgeschreven door de Hoge Raad, wijst uit dat het belang van de eigenaar om de woning te slopen en de veiligheid te waarborgen zwaarder weegt dan het huisrecht van de kraker. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de woning langdurig leeg zal staan of dat hij bijzondere persoonlijke belangen heeft bij voortgezet verblijf.
De vordering wordt afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De uitspraak bevestigt de rechtmatigheid van strafrechtelijke ontruimingen bij kraken wanneer de belangenafweging dit rechtvaardigt.