Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.[eiser1] ,
[eiser2],
1.[gedaagde1] ,
[gedaagde2],
[gedaagde3],
[gedaagde4],
1.De procedure
- de dagvaardingen met producties 1 tot en met 8
- de mondelinge behandeling d.d. 12 mei 2016
Rechtbank Rotterdam
Eisers en gedaagden zijn aandeelhouders in GHBI, waarbij de heer [persoon1] statutair bestuurder is. Gedaagden hadden een algemene vergadering uitgeschreven met agendapunten over het ontslag van de statutair directeur en benoeming van nieuwe bestuurders. Eisers vorderden in kort geding om deze besluitvorming te verbieden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat eiseres sub 3 niet ontvankelijk was omdat haar aandeelhouderschap niet vaststond. Gedaagden sub 2, 3 en 4 werden verstek verleend wegens niet verschijnen, terwijl gedaagde sub 1 wel ontvankelijk was. De Nederlandse voorzieningenrechter was bevoegd voorlopige maatregelen te treffen ondanks een lopende Franse bodemprocedure.
De rechtbank constateerde dat de statutair bestuurder sinds 2009 geen algemene vergadering had gehouden, maar dat gedaagden met een meerderheid van aandelen niet in strijd met artikel 2:8 BW Pro mogen besluiten tot ontslag en benoeming vlak voor een verwachte Franse uitspraak over aandelenbezit. Daarom werd gedaagden verboden besluiten te nemen over ontslag, benoeming of dividenduitkering totdat de Franse rechter uitspraak doet of vier maanden zijn verstreken.
Er werd een dwangsom van €1.000.000 opgelegd bij overtreding en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagden is verboden besluiten te nemen over ontslag statutair directeur en benoeming nieuwe bestuurders totdat Franse rechter uitspraak doet of vier maanden zijn verstreken.