ECLI:NL:RBROT:2016:5912
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen kantonrechter in civiele procedure over arbeidsovereenkomst
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de kantonrechter in een civiele procedure betreffende een arbeidsovereenkomst met een besloten vennootschap. Het wrakingsverzoek richtte zich op een tussenvonnis waarin de kantonrechter aan verzoeker een bewijsopdracht gaf om aan te tonen dat versie 5 van een concept arbeidsovereenkomst schriftelijk of per e-mail was verstrekt en inhoudelijk besproken.
Verzoeker stelde dat de kantonrechter zich had gebaseerd op niet bewezen stellingen en relevante e-mails en feiten had genegeerd, waardoor sprake zou zijn van vooringenomenheid. De kantonrechter ontkende dit en gaf aan dat zijn beslissingen aan hem waren voorbehouden en dat hoger beroep openstond.
De wrakingskamer oordeelde dat een onwelgevallige beslissing op zichzelf geen grond voor wraking is en dat de motivering van het tussenvonnis niet zo onbegrijpelijk was dat vooringenomenheid aannemelijk werd. Er was geen bewijs dat de kantonrechter reeds een definitief oordeel had gevormd over de bewijslevering. Het verzoek werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de kantonrechter is afgewezen wegens het ontbreken van gegronde aanwijzingen voor vooringenomenheid.