ECLI:NL:RBROT:2016:5914
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- H.J.M. van der Kaaij
- J. van den Bos
- L.C. van Walree
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter wegens vermeende partijdigheid niet tijdig ingediend
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen mr.dr. D. Brugman, rechter in bestuursrechtelijke procedures bij de rechtbank Rotterdam, op grond van vermeende onpartijdigheid. De wrakingskamer heeft vastgesteld dat verzoeker de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds op of omstreeks 6 april 2016 kende, terwijl het wrakingsverzoek pas op 18 april 2016 is ingediend.
De rechtbank heeft gewezen op de wettelijke termijn zoals bedoeld in artikel 8:16 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, die vereist dat een wrakingsverzoek onmiddellijk na bekendwording van de feiten wordt ingediend. De wrakingskamer heeft geoordeeld dat de termijn ruimschoots is overschreden en dat een korte beraadtermijn acceptabel is, maar niet deze overschrijding.
Verzoeker is niet verschenen bij de zitting van 2 mei 2016, terwijl de rechter en andere betrokken partijen wel waren uitgenodigd en de rechter schriftelijk had kunnen reageren maar daarvan geen gebruik maakte. De wrakingskamer heeft daarom het verzoek tot wraking afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid.
De beslissing is genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken op 4 mei 2016 door voorzitter mr. H.J.M. van der Kaaij en rechters mr. J. van den Bos en mr. L.C. van Walree.
Uitkomst: Verzoeker is niet ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek wegens niet-tijdige indiening.