Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
1.Onderzoek op de terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Eis officier van justitie
- niet-ontvankelijkverklaring van het openbaar ministerie ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde;
- bewezenverklaring van het onder 1 en 2 primair tenlastegelegde;
- veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest;
- opheffing van het strafvorderlijke beslag onder handhaving van het conservatoire beslag op de onder de verdachte inbeslaggenomen vorderingen ad € 194.822,58 en
4.Geldigheid dagvaarding ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde
werkinggezondheidszorg in plaats van de Wet Markt
ordeninggezondheidzorg), deze is toegesneden op de huidige wetstekst in plaats van op de tekst van de wet zoals deze gold ten tijde van het begaan van het feit en overigens ten onrechte verwijst naar artikel 1 onder Pro 1 van de Wet Economische Delicten.
Ontvankelijkheid officier van justitie ten aanzien van het onder 3 tenlastegelegde
6.Bewijsbeslissing
in de tweede plaatsvoornamelijk af op door [medeverdachte 1] aangedragen informatie. Dit blijkt om te beginnen uit zijn eigen verklaring.
[medeverdachte 3]blijkt uit het relaas proces-verbaal in het zaaksdossier [medeverdachte 3] (p. 80-81) zakelijk weergegeven het volgende.
(terwijl, zo merkt de rechtbank op, juist [medeverdachte 1] meekwam om te tolken). Bij [medeverdachte 6] staat 20 minuten directe tijd geregistreerd in verband met “verwerven informatie van eerdere behandelaars”, (
terwijl, zo merkt de rechtbank op, de verdachte ter zitting heeft verklaard geen gegevens op te vragen van andere behandelende artsen).
[medeverdachte 7]blijkt uit het in het zaaksdossier UWV- [verdachte] dat in medicore 13 afspraken met [medeverdachte 7] staan geregisterd. Volgens het relaas proces-verbaal van het zaaksdossier UWV- [verdachte] zijn alle gegevens met betrekking tot [medeverdachte 7] vastgelegd nog voor dat [medeverdachte 7] bij [verdachte] op het spreekuur is geweest (p. 74). Ter onderbouwing wijst de rechtbank bij wijze van voorbeeld op twee willekeurige afspraken uit medicore, zoals weergegeven in het zaaksdossier UWV- [verdachte] , proces-verbaal van bevindingen 1108191130.AMB, opgemaakt door de verbalisant J.F. de Jong, p. 3774-3782.
:Medewerker JG
de vervolgafspraak voor 2 maart 2009, om 13.00 uur/de rechtbank)is ruim 20 minuten voor het tijdstip van de afspraak.
in de eerste plaatstot de conclusie gekomen dat er, zoals door de raadsvrouw bepleit, geen causale relatie is vast te stellen tussen de PGB-uitkeringen van [medeverdachte 3] en van [medeverdachte 7] enerzijds en de medische verklaringen van de verdachte anderzijds, aangezien de verklaringen zijn afgegeven op een moment dat de uitbetalingen van de [medeverdachte 3] en [medeverdachte 7] (nagenoeg) waren gestopt. Na afgifte van die verklaringen zijn er geen of bijna geen uitkeringen aan [medeverdachte 3] of [medeverdachte 7] gedaan. De verdachte dient van die onderdelen van de tenlastelegging onder 2 subsidiair te worden vrijgesproken.
in de tweede plaatswel een causale relatie te ontdekken tussen:
ditformulier(en/aanvraag bezorgd en/of laten bezorgen en/of doen bezorgen bij voormelde instantie(s),
dieaanvraag met die medische verklaring( verzonden en/of laten verzenden naar het Zorgkanto(o)r,
7.Strafbaarheid feiten
8.Strafbaarheid verdachte
9.Motivering straffen
10.Inbeslaggenomen voorwerpen
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
12.Bijlagen
13.Beslissing
geldboete van € 5.000,00(zegge:
vijfduizend euro);