Op 15 maart 2016 sloten partijen een inkoopovereenkomst met recht van eerste koop betreffende een auto, waarbij eiser de auto beleende voor € 8.500,- met een terugkooprecht van € 11.000,- binnen 90 dagen. Gedaagde stelde het kenteken op haar naam en ontkende na afloop van de termijn de terugkoop, terwijl eiser tijdig het recht van eerste koop had ingeroepen en een verlenging van 30 dagen wenste.
De rechtbank kwalificeerde de overeenkomst als pandbelening en oordeelde dat gedaagde niet had voldaan aan de wettelijke informatieplicht over de pandbeleningsvergoeding en de beleentermijn. De overeengekomen vergoeding overschreed het wettelijk maximum van 4,5% per maand. Eiser had tijdig om afgifte van de auto gevraagd, waarop gedaagde in verzuim was.
De voorzieningenrechter veroordeelde gedaagde tot afgifte van de auto inclusief sleutels en medewerking aan tenaamstelling binnen 72 uur na betekening, tegen betaling van € 9.030,-, bestaande uit de hoofdsom en een pandbeleningsvergoeding beperkt tot het wettelijke maximum. Tevens werd gedaagde veroordeeld in de proceskosten en werd een dwangsom opgelegd bij niet-naleving.