Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de overgelegde producties
- de incidentele conclusies van WVC en van [tussenkomende partij 2] tot tussenkomst/ voeging
- de mondelinge behandeling de dato 18 juli 2016
- de twee pleitnota’s van [eiser] (betreffende de vorderingen tot tussenkomst/ voeging en betreffende de onderliggende zaak)
- de pleitnota van Woonkracht 10
- de pleitnota van WVC
- de pleitnota van [tussenkomende partij 2] .
2.De feiten
- 1 regio Alblasserdam,
- 2 regio Papendrecht,
- 3 regio Zwijndrecht, Dordrecht en Hendrik-Ido-Ambacht.
Bijlage 1 Motivering van afwijzing
3.Het geschil
financiëleconsequenties van die kansen zijn. Dat is in strijd met het beschrijvend document. Daar staat in dat de aanbodfase pas in de concretiseringsfase bekend hoeft te worden gemaakt.
4.De beoordeling
Het is de bedoeling dat elke stelling (bewering) wordt onderbouwd met dominante prestatie informatie c.q. beweringen.” Zou de stelling feitelijk wel juist zijn dan had dat [eiser] overigens niet kunnen baten, nu het verwijt dat een “sterke onderbouwing” ontbreekt een alleszins acceptabele wijze van motivering is voor een mindere score.
percentagerept waar [eiser] een
rapportcijfer9,2 opvoert als mate van tevredenheid van haar klanten, faalt. Het is buitengewoon onaannemelijk dat [eiser] niet heeft begrepen wat er bedoeld wordt, namelijk: dat [eiser] de door haar gestelde hoge mate van klanttevredenheid niet onderbouwt, ongeacht of die mate nu wordt uitgedrukt in een rapportcijfer of in een percentage. Overigens onderschrijft de voorzieningenrechter het verwijt dat deze onderbouwing ontbreekt.