ECLI:NL:RBROT:2016:6149
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.N. van Zelm van Eldik
- W.J.J. Wetzels
- W.M.P.M. Weerdesteijn
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek rechter wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
In deze zaak heeft verzoeker, verdachte in een strafzaak, wraking van de rechter verzocht wegens vermeende vooringenomenheid. De aanleiding was een e-mail van de rechter aan de officier van justitie, waarin zij aankondigde de bevoegdheid van de rechtbank ter terechtzitting te zullen bespreken, met verwijzing naar omstandigheden in de tenlastelegging.
Verzoeker stelde dat deze e-mail een schijn van vooringenomenheid wekte en dat de rechter daarmee de officier van justitie zou hebben gesouffleerd om de tenlastelegging te wijzigen. De rechter ontkende dit en gaf aan dat de e-mail bedoeld was om doelmatigheid te bevorderen en transparant te handelen.
De wrakingskamer heeft het verzoek inhoudelijk onderzocht, waarbij is vastgesteld dat de rechter uit hoofde van haar functie bevoegdheidsonderzoek moet doen en dat het vooraf informeren van de officier van justitie over de voorgenomen bespreking hiervan gebruikelijk is. Er waren geen aanwijzingen dat de rechter vooringenomen was of de officier van justitie wilde bevoordelen.
De kamer oordeelde dat de vrees voor vooringenomenheid niet objectief gerechtvaardigd was en dat het wrakingsverzoek daarom ongegrond is. De rechter blijft onpartijdig en het verzoek wordt afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid.