ECLI:NL:RBROT:2016:6184
Rechtbank Rotterdam
- Wraking
- A.J.P. van Essen
- M.G.L. de Vette
- L.E.M. Wilbers-Taselaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen rechter-commissaris in faillissementsprocedure
Verzoeker, bestuurder van een failliete besloten vennootschap, diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter-commissaris die toezicht hield op de curator in de faillissementsprocedure. Het verzoek betrof vermeende partijdigheid van de rechter-commissaris, mede ingegeven door diens reactie op klachten over de curator.
De feiten waarop het wrakingsverzoek was gebaseerd, waren verzoeker sinds april 2016 bekend, waaronder de schriftelijke reactie van de rechter-commissaris en de voordracht tot verzekerde bewaringstelling in april 2016. Het wrakingsverzoek werd echter pas op 10 juni 2016 ingediend, na ontvangst van een oproep voor behandeling van de voordracht.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend zoals vereist volgens artikel 37 lid 1 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De reden van verzoeker, dat hij andere prioriteiten had, rechtvaardigde geen late indiening. Daarom werd verzoeker niet-ontvankelijk verklaard in het wrakingsverzoek.
De beslissing werd genomen door de meervoudige kamer voor wrakingszaken van de rechtbank Rotterdam en uitgesproken op 1 juli 2016.
Uitkomst: Verzoeker wordt niet-ontvankelijk verklaard in zijn wrakingsverzoek wegens te late indiening.