Uitspraak
mr. F.J.W.M. van Dooren, rechters respectievelijk rechter-plaatsvervanger in de rechtbank Rotterdam, afdeling publiekrecht, team straf 2 (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
In deze strafzaak diende de rechtbank Rotterdam een wrakingsverzoek van de verdachte in verband met vermeende vooringenomenheid van de rechters tijdens de terechtzitting van 20 juli 2016. De verdachte en zijn raadsman voerden aan dat zij onvoldoende gelegenheid kregen om zich voor te bereiden op nieuw ingebrachte tapgesprekken en dat de rechters op een bijtende toon bevroegen, wat leidde tot een gevoel van aangevallen worden.
De rechtbank onderzocht de gronden van het wrakingsverzoek, waaronder de afwijzing van verzoeken tot aanhouding van de zaak, het horen van getuigen en het beluisteren van tapgesprekken ter zitting. De rechtbank oordeelde dat de beslissingen niet onbegrijpelijk waren en dat de rechters geen vooringenomenheid toonde. Het kritisch bevragen van de verdachte en het bewaken van de orde ter zitting behoren tot de taak van de rechters.
De rechtbank stelde vast dat de verdachte en zijn raadsman instemden met de procedure rond de vertaling van tapgesprekken en dat het wrakingsverzoek in wezen voortkwam uit onvrede over procesbeslissingen. Er waren geen objectieve feiten die een vrees voor partijdigheid rechtvaardigden.
Daarom wees de rechtbank het wrakingsverzoek af en bevestigde zij de onpartijdigheid van de rechters in deze strafzaak.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen wegens gebrek aan aanwijzingen voor vooringenomenheid van de rechters.