De werknemer trad in 2007 in dienst bij Anthura als Operator in functiegroep D en werd later Aflevervoorbereider. Na een fusie van afdelingen ontstond onduidelijkheid over de juiste functiewaardering. Na een beroepsprocedure bij de Centrale Beroepscommissie functiewaardering werd vastgesteld dat de functie in functiegroep E hoort, wat een hogere salarisschaal betekent.
De werknemer vorderde betaling van het salarisverschil vanaf januari 2010, april 2012 of januari 2013, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Anthura betwistte de terugwerkende kracht en stelde dat de indeling pas vanaf mei 2013 gerechtvaardigd was, toen de functiewaarderingsdeskundigen de werkplek bezochten.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende feitelijke grondslag bestond voor een terugwerkende kracht vóór mei 2013. Wel is vastgesteld dat vanaf mei 2013 de hogere functiegroep van toepassing is. De rechtbank veroordeelde Anthura tot betaling van het salarisverschil over die periode, met een wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging van 25%. Het eerdere verstekvonnis werd vernietigd en de proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.