ECLI:NL:RBROT:2016:7224
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating schuldsanering wegens lichtzinnig financieel gedrag
Verzoeker diende op 8 juni 2016 een verzoekschrift in tot toepassing van de schuldsaneringsregeling vanwege een schuldenlast van ruim €91.000. De rechtbank beoordeelde of verzoeker te goeder trouw was in de vijf jaar voorafgaand aan het verzoek. Verzoeker had een vertrekpremie ontvangen en deze in een Stamrecht BV gestort met het plan een horecaonderneming in Zuid-Spanje te starten. Na vertrek naar Spanje in januari 2014 kocht hij snel een restaurant, maar de onderneming faalde binnen zes maanden door tegenvallende resultaten en hoge aanloopkosten.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende gedegen onderzoek had gedaan, geen financiële buffer had en lichtzinnig handelde door snel te investeren zonder voldoende zekerheid. Ook het niet tijdig aanpassen van het uitgavenpatroon en het niet tijdig verkopen van de eigen woning werden als verwijtbaar beschouwd. Daarnaast was niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker voldoende had geprobeerd de schulden te beperken of verhaal te halen bij derden.
Gelet op deze omstandigheden concludeerde de rechtbank dat verzoeker niet te goeder trouw was en dat het lichtzinnig financieel gedrag niet verenigbaar is met toelating tot de schuldsaneringsregeling. Het verzoek werd daarom afgewezen. De rechtbank merkte op dat er mogelijk nog openstaande vorderingen van Spaanse schuldeisers zijn en dat andere feiten ook tot afwijzing kunnen leiden.
Uitkomst: Het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens onvoldoende goede trouw en lichtzinnig financieel gedrag.