ECLI:NL:RBROT:2016:7400
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid beroepen inzake persoonsgebonden budget na overlijden budgethouder
Eiseres, dochter en zorgverlener van de budgethouder, stelde beroep in tegen vijf besluiten van het zorgkantoor over de toekenning, verantwoording en terugvordering van het persoonsgebonden budget (pgb) over 2014. De besluiten betroffen onder meer de vaststelling van het pgb en terugvordering van voorschotten.
De rechtbank oordeelde dat eiseres geen rechtstreeks belanghebbende is bij de besluiten, omdat haar belangen voortvloeien uit privaatrechtelijke zorgovereenkomsten en afspraken met de budgethouder, niet uit de bestuursrechtelijke besluiten zelf. Daarnaast stelde eiseres dat zij namens de erfgenamen beroep had ingesteld, maar zij kon geen verklaring van erfrecht of machtiging overleggen, waardoor zij niet bevoegd was om namens hen op te treden.
Ook het beroep op artikel 3:171 BW Pro om als erfgenaam ten behoeve van de nalatenschap op te treden werd verworpen, mede omdat eiseres niet binnen de beroepstermijn kenbaar had gemaakt namens de gezamenlijke erfgenamen te handelen en geen erfrechtelijke verklaring kon overleggen.
Daarom verklaarde de rechtbank de beroepen niet-ontvankelijk en kwam zij niet toe aan inhoudelijke beoordeling. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het vonnis werd uitgesproken door mr. dr. P.G.J. van den Berg op 28 september 2016.
Uitkomst: De beroepen van eiseres worden niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan rechtstreeks belang en bevoegdheid.