Uitspraak
RECHTBANK ROTTERDAM
1.De procedure
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling
- de pleitnota van de moeder.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Rotterdam
Eiseres, moeder van een minderjarige die onder toezicht staat van een gecertificeerde instelling, vorderde in kort geding de schorsing van een machtiging tot plaatsing van haar kind in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp. Zij stelde dat sinds opname sprake zou zijn van automutilatie bij de minderjarige, een omstandigheid die zij als nieuw feit aanvoerde.
De rechtbank overwoog dat eiseres geen nieuwe feiten en omstandigheden had aangevoerd die niet reeds in de bodemprocedure waren betrokken, behalve de stelling van automutilatie. Deze werd echter gemotiveerd weersproken door Stichting Horizon en onvoldoende onderbouwd met stukken door eiseres.
Gezien het feit dat het hoger beroep op de beschikkingen reeds op korte termijn zou plaatsvinden, oordeelde de voorzieningenrechter dat het spoedeisend belang ontbrak. Daarom werd eiseres niet-ontvankelijk verklaard in haar vorderingen en werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Eiseres wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van spoedeisend belang bij haar vorderingen tot schorsing van de machtiging gesloten jeugdhulp.