De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van hennepteelt, bezit van hennep, diefstal van elektriciteit en witwassen. De verdachte werd vrijgesproken van witwassen wegens onvoldoende bewijs, ondanks vermoedens gebaseerd op contante stortingen en dure computerapparatuur. De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte omtrent de legale herkomst van gelden niet zonder meer ongeloofwaardig was en dat de officier van justitie onvoldoende onderzoek had gedaan.
De verdachte werd wel veroordeeld voor het telen van ongeveer 151 hennepplanten en het bezit van circa 5912 gram hennep, alsmede voor het stelen van elektriciteit die werd gebruikt om bitcoins te delven. De rechtbank legde een taakstraf van 120 uur op en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar, mede vanwege de ernst van de feiten en de brandgevaarlijke situatie die was ontstaan.
Daarnaast verklaarde de rechtbank 126,7986 bitcoins en de computerapparatuur waarmee deze bitcoins werden gedolven verbeurd, omdat deze voorwerpen verband hielden met het strafbare feit. De overige in beslag genomen bitcoins werden niet verbeurd verklaard vanwege conservatoir beslag. Teruggave van USB-sticks werd gelast aan de eigenaar.
De uitspraak benadrukt het belang van nader onderzoek door het Openbaar Ministerie bij vermoedens van witwassen en onderstreept de gevaren van hennepteelt in woonwijken, waaronder brandgevaar en overlast. De straf is een combinatie van een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf, waarbij de verdachte wordt aangespoord om geen nieuwe strafbare feiten te plegen.