ECLI:NL:RBROT:2016:7669
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs voor wetenschap cocaïne in bananenzending
De rechtbank Rotterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van de (verlengde) invoer van circa 1140 kilogram cocaïne verpakt in bananendozen uit Ecuador. De cocaïne werd aangetroffen in een zending bananen die in november 2013 in Vlissingen werd gelost en vervolgens naar Rotterdam werd vervoerd.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van negen jaar wegens opzet en wetenschap van de aanwezigheid van cocaïne. De verdachte had contacten met het bedrijf dat de bananen verzond en was betrokken bij het transport en de ontvangst van de zending. Tevens werden verklaringen overgelegd waarin verdachte zou hebben toegegeven kennis te hebben gehad van de cocaïne, onder meer tijdens opname in een psychiatrische instelling.
De rechtbank stelde vast dat het bewijs voor wetenschap van de cocaïne vrijwel uitsluitend rustte op de verklaringen en uitlatingen van verdachte zelf, die tijdens een psychose waren gedaan. De verdachte verkeerde op dat moment in een verwarde en psychotische toestand, hetgeen de betrouwbaarheid van deze verklaringen ernstig aantastte. Andere bewijsmiddelen die wetenschap konden bevestigen ontbraken.
Gelet op het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs werd verdachte vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten. Tevens werd het bevel tot voorlopige hechtenis opgeheven en verdachte onmiddellijk in vrijheid gesteld.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor wetenschap van cocaïne.