ECLI:NL:RBROT:2016:7885
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nietigheid concurrentiebeding en beperkte toewijzing boete wegens schending geheimhoudingsbeding
Meijer Bouwservice Den Haag B.V. vordert in kort geding nakoming van een concurrentie- en geheimhoudingsbeding door haar voormalige werknemer, die na beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst bij een concurrerend bedrijf in dienst trad. De arbeidsovereenkomst bevatte een concurrentiebeding zonder gelijktijdige schriftelijke motivering, zoals vereist sinds 1 januari 2015 voor arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd.
De kantonrechter oordeelt dat het concurrentiebeding nietig is omdat de motivering pas na het aangaan van de overeenkomst is opgesteld. De vordering tot nakoming van dit beding wordt daarom afgewezen. Ten aanzien van het geheimhoudingsbeding wordt slechts één overtreding vastgesteld: het verstrekken van contactgegevens van leveranciers en onderaannemers aan de nieuwe werkgever.
De rechtbank kent een voorschot toe op de boete van €10.000,- en bepaalt een bedrag van €6.000,- met rente vanaf 11 december 2015. De overige vorderingen worden afgewezen en partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Concurrentiebeding nietig verklaard; werknemer veroordeeld tot betaling voorschot boete van €6.000,- wegens schending geheimhoudingsbeding.