ECLI:NL:RBROT:2016:8073

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
13 oktober 2016
Publicatiedatum
24 oktober 2016
Zaaknummer
509273
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265b BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige wegens financieringsproblemen scholing

De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten groep binnen De Vaart en is onder toezicht gesteld tot januari 2017. De gecertificeerde instelling (GI) verzocht om uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de duur van de ondertoezichtstelling. De minderjarige is toe aan een stap naar meer zelfstandigheid en een plaatsing in een open groep bij Rijnhove, maar de doorplaatsing werd tweemaal uitgesteld vanwege financieringsproblemen van haar scholing door de nieuwe gemeente.

Tijdens de zitting werd vastgesteld dat de minderjarige een positieve ontwikkeling doormaakt en behoefte heeft aan meer vrijheid. De kinderrechter oordeelt dat het onwenselijk is dat de GI de doorplaatsing niet bewerkstelligt en dat de minderjarige onnodig langer in gesloten jeugdhulp verblijft. De machtiging tot gesloten jeugdhulp wordt daarom per 24 oktober 2016 opgeheven en de uithuisplaatsing in de open groep wordt toegestaan.

De beschikking is noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de minderjarige. Er is geen verweer tegen het verzoek gevoerd. De kinderrechter verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wijst het verzoek toe tot 13 januari 2017.

Uitkomst: De kinderrechter wijst het verzoek tot uithuisplaatsing toe en heft de machtiging tot gesloten jeugdhulp per 24 oktober 2016 op.

Uitspraak

beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM

Team Jeugd
zaakgegevens : C/10/509273 / JE RK 16-2655
datum uitspraak: 13 oktober 2016

beschikking uithuisplaatsing

in de zaak van

de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond,

hierna te noemen de GI,
gevestigd te Rotterdam,
betreffende de minderjarige:

[Naam minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats] ,

hierna te noemen [roepnaam] .
De kinderrechter merkt als belanghebbende aan:

[Naam van de moeder] , hierna te noemen de moeder,

wonende te [woonplaats] .

Het procesverloop

Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 31 augustus 2016, ingekomen bij de griffie op 2 september 2016.
Op 13 oktober 2016 heeft de kinderrechter de zaak ter zitting met gesloten deuren behandeld.
Gehoord zijn:
- de minderjarige [de minderjarige] , die voorafgaand aan de zitting apart is gehoord,
- een vertegenwoordiger van de GI, de heer [naam] .
Opgeroepen en niet verschenen is:
- de moeder.

De feitenHet ouderlijk gezag over [de minderjarige] wordt uitgeoefend door de moeder.

[de minderjarige] verblijft in een gesloten groep binnen De Vaart.
Bij beschikking van 13 januari 2016 is [de minderjarige] onder toezicht gesteld tot 13 januari 2017.
Bij beschikking van 19 augustus 2016 is er een machtiging tot gesloten jeugdhulp voor [de minderjarige] verleend tot 22 november 2016.

Het verzoek

De GI heeft de uithuisplaatsing van [de minderjarige] verzocht voor de duur van de ondertoezichtstelling in een accommodatie jeugdhulpaanbieder.
De GI heeft het verzoek ter zitting gehandhaafd en als volgt toegelicht. [de minderjarige] toe is aan de volgende stap. Dat is een plaatsing binnen een open groep van Rijnhove. De overstap wordt tegengehouden door financieringsproblemen. Er is geen financiering voor de scholing van [de minderjarige] binnen Rijnhove. Tweemaal eerder zou zij al overgeplaatst worden maar dat is niet doorgegaan. Er is nu per 1 november 2016 een toezegging.
De jeugdbeschermer deelt mede dat hij het ermee eens is dat de minderjarige op dagverlof gaat naar haar beste vriendin wanneer zij daar welkom is. Eerder waren er spanningen binnen dit gezin en was het niet verstandig dat [de minderjarige] haar verlof daar zou doorbrengen in de plaats van het weekendverlof bij haar moeder. De moeder van [de minderjarige] komt eind oktober terug van vakantie. De minderjarige kan daarna weer op weekendverlof bij haar moeder.

Het standpunt van [de minderjarige]

geeft aan dat zij nu eindelijk wil weten waar zij aan toe is. Twee keer eerder is een overplaatsing naar Rijnhove niet doorgegaan wat bij haar grote teleurstelling met zich mee heeft gebracht. [de minderjarige] is toe aan meer zelfstandigheid en geeft aan zich niet meer thuis te voelen op De Vaart.

De beoordeling

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting is gebleken dat [de minderjarige] een stijgende lijn heeft ingezet en toe is aan meer zelfstandigheid en vrijheid.
De kinderrechter acht het een ongewenste situatie dat de GI niet bewerkstelligt dat Horizon de afspraken omtrent doorplaatsing nakomt en de minderjarige in het ongewisse laat over de reden waarom een toegezegde en geplande doorplaatsing niet doorgaat. Het komt er op neer, zo begrijpt de kinderrechter het, dat een minderjarige die toe is aan doorplaatsing naar een open groep, langer in gesloten jeugdhulp wordt gehouden dan nodig, en niet wordt doorgeplaatst, nota bene van én naar een instelling van dezelfde organisatie (Horizon), niet omdat er geen plek in de open groep of geen plek op de bijbehorende school zou zijn, maar alleen omdat de betreffende nieuwe gemeente (Alphen aan den Rijn) de financiering van de scholing niet heeft toegezegd.
[de minderjarige] verblijft op dit moment nog binnen de gesloten setting van De Vaart. De machtiging voor die gesloten plaatsing loopt tot 22 november 2016, maar deze zal thans worden opgeheven met ingang van de dag na de herfstvakantie, derhalve 24 oktober 2016, teneinde te bewerkstelligen dat [de minderjarige] uiterlijk in de herfstvakantie wordt doorgeplaatst en daarna direct op de nieuwe school zal kunnen beginnen.
De kinderrechter zal het verzoek voor een plaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder voor de verzochte duur toewijzen zodat [de minderjarige] zich volledig kan richten op haar eigen ontwikkeling. Tegen dit verzoek is geen verweer gevoerd en uit het voorgaande volgt dat de uithuisplaatsing van [de minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en de opvoeding (artikel 1:265b, eerste lid, Burgerlijk Wetboek).

De beslissing

De kinderrechter:
verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [de minderjarige] in een accommodatie jeugdhulpaanbieder tot 13 januari 2017;
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
heft op de machtiging tot gesloten jeugdhulp van [de minderjarige] per 24 oktober 2016.
Deze beschikking is gegeven door mr. M. de Geus, kinderrechter, in tegenwoordigheid van R.J.H. Mac Mootry als griffier en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2016.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof
Den Haag.