Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
mr. H.J.M. van der Kaaijen
mr. A.I. van Strien, rechters-plaatsvervanger respectievelijk senior rechter in de rechtbank Rotterdam (hierna: de rechters).
Rechtbank Rotterdam
De rechtbank Rotterdam heeft op 24 oktober 2016 een wrakingsverzoek van verzoeker behandeld dat gericht was tegen drie rechters van de meervoudige strafkamer. Dit wrakingsverzoek werd ingediend nadat de rechters al een eindbeslissing hadden genomen in de strafzaak tegen verzoeker, waardoor de behandeling van de zaak was beëindigd.
Volgens artikel 512 Sv Pro kan een rechter die een zaak behandelt worden gewraakt om de onpartijdigheid te waarborgen. Echter, dit middel is niet meer toepasbaar wanneer de rechter reeds een einduitspraak heeft gedaan, omdat het doel van wraking dan niet meer kan worden bereikt.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek van 21 oktober 2016 kennelijk niet-ontvankelijk was, omdat het verzoek werd gedaan nadat de rechters op 20 oktober 2016 al een beschikking hadden gegeven die de zaak beëindigde. Daarom werd het verzoek zonder inhoudelijke behandeling buiten behandeling gesteld.
De wrakingskamer wees tevens het verzoek af om de wraking te laten behandelen door rechters van een andere rechtbank. De beslissing werd uitgesproken door de voorzitter en twee rechters in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Wrakingsverzoek buiten behandeling gesteld wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid omdat het verzoek na de einduitspraak werd ingediend.