Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
[verzoekster 2], beide te Tiel, verzoeksters,
gemachtigden: mr. R.E. Labeur en mr. C.A. Doets,
Rechtbank Rotterdam
De Autoriteit Financiële Markten (AFM) legde aan verzoekster een bestuurlijke boete van €600.000 op wegens het zonder vergunning optreden als gevolmachtigde agent in strijd met artikel 2:92, eerste lid, van de Wet op het financieel toezicht (Wft). Verzoeksters maakten bezwaar tegen de boete en verzochten de voorzieningenrechter de openbaarmaking van het boetebesluit te schorsen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de overtreding ernstig is omdat verzoekster zich lange tijd onttrok aan het AFM-toezicht en een aanzienlijk concurrentievoordeel genoot. Het betoog dat de werkzaamheden materieel vergelijkbaar waren met bemiddelen en vergunningsvrij mochten worden verricht, wordt verworpen omdat een belangrijk deel van de werkzaamheden niet onder bemiddelen valt en de vrijstelling niet van toepassing is.
Verzoeksters stelden dat de boete te hoog is en dat publicatie onevenredige schade zou veroorzaken. De voorzieningenrechter ziet geen wanverhouding tussen boete en ernst van de overtreding en acht de financiële onderbouwing van verzoeksters onvoldoende. Ook is er geen grond voor anonieme publicatie. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete en de publicatie daarvan wordt afgewezen.